Waarom "Ik werk met het zenuwstelsel" niets zegt
- Janet Weijman
- 10 jan
- 4 minuten om te lezen
“Ik werk met het zenuwstelsel.” is een zin die je steeds vaker voorbij ziet komen bij coaches en therapeuten. Hoewel de zin klopt, zegt hij tegelijkertijd helemaal niets. Want het zenuwstelsel is geen éénvoudig systeem, geen knop waar je aan draait om stress te verminderen of om te ontspannen.
Het is een verfijnd, gelaagd netwerk dat voortdurend informatie verzamelt, beoordeelt en reageert op wat er van binnen en van buiten gebeurt.

Wanneer we spreken over zenuwstelsel regulatie, is het daarom goed om te weten over welk deel van het zenuwstelsel we het eigenlijk hebben. In dit blog neem ik je stap voor stap mee in hoe ons zenuwstelsel is opgebouwd, welke functies de verschillende delen hebben en welk deel we aanspreken wanneer we werken met regulatie. Niet om het ingewikkeld te maken, maar juist om het begrijpelijk en concreet te houden.
Het zenuwstelsel als communicatienetwerk
Je kunt het zenuwstelsel zien als het communicatiesysteem van je lichaam. Het verbindt je gedachten, gevoelens, bewegingen, organen en zintuigen met elkaar en zorgt ervoor dat je kunt reageren op de wereld om je heen. Dat reageren gebeurt grotendeels automatisch, vaak sneller dan je kunt denken.
Globaal bestaat het zenuwstelsel uit twee hoofdonderdelen: het centrale zenuwstelsel en het perifere zenuwstelsel. Samen bepalen zij hoe jij spanning ervaart, hoe je ontspant en hoe veerkrachtig je bent in het dagelijks leven.
Centrale zenuwstelsel: verwerken en begrijpen
Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg. Dit is het deel dat informatie verzamelt, analyseert en interpreteert. Alles wat je ziet, hoort, denkt en begrijpt, wordt hier verwerkt. Het centrale zenuwstelsel helpt je om verbanden te leggen, situaties te duiden en beslissingen te nemen.
In veel persoonlijke ontwikkeltrajecten ligt de nadruk sterk op dit systeem: begrijpen waar patronen vandaan komen, inzicht krijgen in gedrag en betekenis geven aan ervaringen. Dat is waardevol, maar het heeft ook een beperking. Het centrale zenuwstelsel kan begrijpen dat iets veilig is, terwijl het lichaam dat nog niet zo ervaart. En precies daar ontstaat de kloof die veel mensen herkennen: “Ik wéét dat ik kan ontspannen, maar mijn lichaam doet niet mee.”
Regulatie begint daarom nóóit in het hoofd, maar zakt juist een laag dieper.
Perifere zenuwstelsel: verbinding met het lichaam
Het perifere zenuwstelsel vormt de brug tussen het centrale zenuwstelsel en de rest van het lichaam. Het zorgt ervoor dat signalen van de hersenen naar spieren en organen gaan, en dat signalen vanuit het lichaam weer terugkeren naar de hersenen. Dit systeem is voortdurend actief en speelt een grote rol in hoe veilig of onveilig jij je voelt, vaak zonder dat je je daarvan bewust bent.
Het perifere zenuwstelsel bestaat uit twee delen: het somatische zenuwstelsel en het autonome zenuwstelsel. Hoewel ze samenwerken, hebben ze elk een heel eigen functie.
Somatische zenuwstelsel: bewuste beweging en actie
Het somatische zenuwstelsel is het deel waarmee je bewust kunt bewegen en handelen. Het stuurt je spieren aan en maakt het mogelijk om te lopen, te praten, iets vast te pakken of je houding te veranderen. Wanneer je besluit om rechtop te gaan zitten of een wandeling te maken, gebruik je dit systeem.
Dit deel van het zenuwstelsel werkt via wilskracht en bewuste aansturing. Het is belangrijk voor functioneren in het dagelijks leven, maar het is niet het systeem waar diepe ontspanning of zenuwstelsel regulatie plaatsvindt. Je kunt jezelf dwingen om rustig te zitten, maar dat betekent niet automatisch dat je lichaam zich ook veilig en ontspannen voelt.
Autonome zenuwstelsel: automatische bescherming en herstel
Het autonome zenuwstelsel regelt alles wat vanzelf gaat, zonder dat je erover hoeft na te denken. Je ademhaling, hartslag, spijsvertering, bloeddruk en stressreacties worden hier aangestuurd. Dit systeem scant voortdurend: ben ik veilig of is er gevaar?
Op basis van die inschatting schakelt het autonome zenuwstelsel tussen verschillende toestanden. Dit gebeurt razendsnel en grotendeels buiten je bewustzijn om. Binnen dit systeem onderscheiden we drie belangrijke responsen.
Sympathisch: actie en overleving
Het sympathische zenuwstelsel wordt actief wanneer er actie nodig is. Je ademhaling versnelt, je hartslag gaat omhoog en je aandacht richt zich naar buiten. Dit is de bekende vecht- of vluchtreactie, die je helpt om te presteren, te reageren en jezelf te beschermen. Dit systeem is functioneel en noodzakelijk, maar wanneer het langdurig actief blijft, raakt het lichaam uitgeput.
Parasympathisch (ventrale vagus): rust en verbinding
Het parasympathische zenuwstelsel ondersteunt ontspanning, herstel en verbinding. In deze toestand vertraagt de ademhaling, ontspannen de spieren en komt er ruimte voor sociale interactie en herstel. Dit is de staat waarin het lichaam je voeding verteert, kan opladen en waarin regulerende oefeningen vaak hun werking hebben.
Dorsale vagus: freeze en terugtrekking
Wanneer spanning te groot wordt en actie geen optie meer is, kan het systeem schakelen naar freeze. Dit uit zich in terugtrekking, verdoving of een gevoel van leegte en futloosheid. Het is geen ontspanning, maar een beschermingsmechanisme bij overweldiging. Ook dit is geen ‘fout’ systeem, maar wel een staat die om zorgvuldige benadering vraagt.
Wat bedoelen we dan met zenuwstelsel regulatie?
Zenuwstelsel regulatie richt zich op het autonome zenuwstelsel. Niet door het te overtuigen, maar door het lichaam te laten ervaren dat het veilig genoeg is om te schakelen. Ademhaling, ritme, zachte beweging en lichaamsbewustzijn zijn hierbij belangrijke ingangen, omdat ze direct invloed hebben op dit automatische systeem.
Regulatie betekent niet dat je altijd rustig moet zijn of geen stress meer mag ervaren. Het betekent dat je systeem kan bewegen tussen spanning en ontspanning, en dat je na activatie weer kunt terugkeren naar herstel. Net als adem in en adem uit.
Van begrijpen naar voelen
Wanneer je leert voelen welk deel van het zenuwstelsel actief is en welk deel je aanspreekt met een oefening, ontstaat er rust en duidelijkheid. Dan werk je niet meer tegen je lichaam in, maar samen mét het systeem dat altijd al voor je aan het werk is.
Ga nu eens met je aandacht naar jezelf en voel eens: Welk deel van jouw zenuwstelsel is nu actief, terwijl je dit leest?


Opmerkingen